Brave New Digital World. Of: over de horrorscenario’s als we ons daar niet aan uitleveren.

brave-new-world

In een artikel op The Post Online schetsen de auteurs een beeld van de arbeidsmarkt in 2046 en stellen dat basisscholen-van-nu maar beter héél snel hun onderwijs op die markt moeten afstemmen. Door ‘digitalisering’ van het lesprogramma en centraal stellen van – daar zijn ze weer – de 21e-eeuwse vaardigheden. De auteurs zijn, weinig verrassend, medewerkers van Microsoft en van de stichting Codeuur. Volgens hen moeten loodgieters in 2046 ‘douches aansluiten op Internet’ en psychologen ‘verwerken dan grote hoeveelheden data’ om het gedrag van hun patiënten te ‘analyseren’.

Vandaar de evidente noodzaak om kinderen van 10 nu te leren programmeren. Anders glijdt Nederland economisch af naar een derdewereldland. Immers, de Britten liggen al op ons vóór.

Ach, is het niet heerlijk om vrijblijvend te fantaseren over hoe de wereld van morgen er uitziet? Veertig jaar geleden dacht ik dat we rond deze tijd in kleine vliegende schoteltjes naar ons werk zouden gaan, en dat we maar twee dagen hoefden te werken omdat robots ons werk hadden overgenomen. Ik dacht dat eten uit tubetjes zou komen, waar de belangrijkste voedingsstoffen met een lekker smaakje in zaten. Ik dacht dat iedereen wel vegetarisch geworden zou zijn. Alleen het idee dat mensen over de hele wereld met elkaar zouden kunnen praten & elkaar zien is min of meer uitgekomen.

Ook de fantasie van mevrouw Snellen en meneer Stigter, beide werkzaam bij een club die geld hoopt te verdienen aan computers-in-het-onderwijs, lijdt aan het euvel van de vrijblijvendheid. Dat de wereld van nu over 30 jaar ‘niet meer bestaat’ is even onzinnig, even triviaal en/of evenzeer uit de duim gezogen als de gedachte dat de wereld van 30 jaar geleden ‘nu niet meer bestaat’. En om in het onderwijs de koers radicaal te verleggen naar een fantasie lijkt me best wel roekeloos.

Niemand kan hardmaken dat een massale inzet op ‘leren programmeren op de basisschool’ noodzakelijk is voor ‘aansluiting op de arbeidsmarkt’ in 2046. Zo kunnen de auteurs ook niet hardmaken dat afscheid van het onderwijs zoals dat nu reëel bestaat, en inderdaad grote trekken vertoont van onderwijs zoals zij dat zelf genoten (en waar ze hun huidige carrière aan danken), noodzakelijk is.

Punt is: met dat onderwijs zoals het nu is & wij dat zelf genoten, is niet zoveel mis. Nederland scoort internationaal gezien heel behoorlijk met de onderwijsresultaten, kinderen zijn hoger opgeleid dan ooit, kinderen en hun ouders zijn min of meer tevreden met het genoten onderwijs en hebben vertrouwen in de opleiding van hun kinderen. In de huidige generatie dertigers, veertigers en vijftigers, die geen ‘digitaal onderwijs’ hebben genoten, is de penetratiegraad van computers extreem hoog, evenals hun bekwaamheid in de omgang er mee.

Bovendien: ondanks dat Nederlandse scholen al een kwart eeuw gebruikmaken van computers en ict, is er geen enkel bewezen verband tussen de mate van ‘digitale innovatie’ op scholen en hun onderwijsresultaten. iPad-scholen doen het niet beter dan traditionele scholen; mogelijk zelfs slechter. Binnen de groep scholen met veel ‘digitale innovatie’ zijn grote verschillen in onderwijskwaliteit (zoals ook binnen de groep niet-innovatieve scholen) en die hebben niet te maken met computergebruik.

‘Leren programmeren op de basisschool’ kan intrinsiek interessant zijn of leerzaam, en mag om die reden best een plekje krijgen in het curriculum. Maar bedenk dat leerlingen ook buiten school en na schooltijd tal van nuttige zaken leren die voor hun werkzame leven nodig of handig zijn. Omgang met computers leren kinderen heus niet alleen – en zelfs niet vooral – op school. Veel leerlingen slijten wekelijks, thuis en op school, net zoveel of meer uren achter een beeldscherm als dat ze in de klas zitten, zodat ze sowieso al erg ‘gedigitaliseerd’ raken. En net zomin als scholen zich radicaal moeten richten op typen, autorijden, declareren en vergaderen, zo hoeven scholen ook hun curriculum niet in dienst te stellen van wat misschien, ooit, later, iemand in zijn beroep nodig heeft.

De auteurs stellen dat de ‘verkiezingen voor de deur’ een geschikt moment bieden om nú allerhande plannen voor herinrichting van het basisonderwijs te munten. God verhoede dat. Wat heeft het onderwijs, wat hebben onze kinderen aan snel uit de grond gestampte ideetjes die bedoeld zijn om stemmen te trekken, en die daags na de verkiezingen in regeerakkoorden terechtkomen? Er wordt al genoeg Haagse onzin over het onderwijs uitgestort. De vluchtigheid en retoriek van de komende verkiezingsmaanden hoeven daar niet bovenop.

Ben ik een verstokte anti-computer-docent? Welnee. In 1980 gaf ik als leerling van 16 een samen met een vriendje bedachte cursus ‘digitale techniek’ na schooltijd aan geïnteresseerde leerlingen. Dertig jaar geleden kocht ik mijn eerste PC en binnen een jaar volgde ik cursussen computerondersteund onderwijs. Ben een tijd lang voorloper geweest op mijn school, in de tijd dat je nog een week van tevoren ‘het computerlokaal’ moest reserveren en met een ‘laptopkast’ moest sjouwen. Maar altijd met mate, en altijd in een verstandig evenwicht met de rest van het onderwijsprogramma.

Om dat laatste smaakt de huidige heiliging van de iPad mij niet; noch het gedwongen vervangen van schoolborden door tablets-met-pennetje; noch het vervangen van schoolboeken door epubs; noch de retoriek van de horrorscenario’s die worden geschetst als we ons niét voegen in de digitale fuiken die Apple, Microsoft en trawanten voor onze kinderen aan het spannen zijn.

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s