Leraren verdienen een minder slappe vakbond. (Ook goed voor leerlingen, trouwens.)

Walter Dresscher van de AOB

Oud Volkskrant-journalist Ferry Haan werkt nu bijna drie jaar in het onderwijs en blogt daar wekelijks over in de VK. Aanvankelijk kon hij zich nog de rol van relatieve buitenstaander aanmeten en zich verbazen over hoe in het onderwijs de hazen lopen. Ik krijg de indruk dat hij in de afgelopen maanden beter is gaan begrijpen wat er in ons Nederlandse onderwijs werkelijk scheef zit, en dat de problemen niet vanzelf zullen verdampen omdat de usual suspects – OCW, schoolbesturen, vakbonden – te weinig of de verkeerde daadkracht vertonen.

In Haans laatste column (‘Met zulke bonden heeft onderwijs geen vijanden nodig’) stelt Haan dat o.a. de grootste onderwijsvakbond AOB bij het CAO-overleg een slechte beurt heeft gemaakt door het belang van de grijze leden (de oudere docent met oude rechten) het zwaarst te laten wegen en de perspectieven van de jongere garde te verkwanselen. De AOB accepteert een reële koopkrachtdaling voor leraren – als enige beroepsgroep in Nederland – opdat leraren maar geen vakantiedagen hoeven in te leveren.

Slechts de – beroerde – status quo is hiermee gediend, aldus Ferry Haan. Het leraarsberoep wordt daardoor nog onaantrekkelijker, leerlingen krijgen nog minder en nog slechter opgeleide leraren voor hun neus, en nog meer gekwalificeerde leraren met andere opties zullen het onderwijs de rug toekeren.

Op deze column reageerde AOB-voorzitter Walter Dresscher (7 mei, 17.00 uur) met de verzuchting dat hij er ook niks aan kan doen. De portemonnee van de werkgevers is leeg, beweert de voorzitter van de vakbond die heeft aangetoond (www.hoerijkismijnschoolbestuur.nl) dat schoolbesturen bijzonder veel geld oppotten en dat het deel van de financiering slinkt dat aan lerarensalarissen wordt uitgegeven is gekrompen vergeleken met het deel dat aan andere leuke dingen zoals managershobby’s en allerhande coördinatoren, teamleiders en ander ‘middenkader’ wordt uitgegeven, plus de rest van de ‘overhead’ zoals bovenschools bestuur, huisvesting en noem maar op. Als de portemonnee van de werkgevers nu ‘leeg’ is, leggen ze bij de uitgaven de prioriteiten niet bij het lesgeven.

Walter Dresscher heeft gelobbyd, maar hij heeft het niet gered, zoals hij zelf zegt. Dus is hij maar met nullijn én met afschaffing Entreerecht akkoord gegaan. Dat Entreerecht was de werkgevers een doorn in het oog omdat die eerstegraads leraren recht gaf op een marktconform salaris. En dat kan volgens de werkgevers niet de bedoeling zijn. Dus ging de AOB daar ook mee akkoord, want anders is het zielig voor de werkgevers, die zo graag ook andere leraren extra willen belonen – zeggen ze.

Probleem is dat volgens de AOB van Dresscher de werkgevers helemaal geen transparant beloningbeleid hebben, de werkgevers reeds nu al achterlopen op de afspraken in het convenant Actieplan Leerkracht, en je voor een beter salaris vooral goede vriendjes met de schoolleiding moet zijn. Toch buigt de AOB maar vast in het stof: old habits are hard to beat.

Trots weet Dresscher nog te melden dat het zijn AOB voor de wind gaat: de teller staat nu al op 83.000 leden. Waarom zou hij zich zorgen maken? Hoeveel onbevoegden er tussen zitten, wiens belangen hij nu ineens moet bedienen tegen de belangen van gekwalificeerde learen in, vermeld Dresscher niet. Hoeveel eerstegraders de AOB in de steek hebben gelaten omdat de AOB hun belangen verkwanselt in ruil voor die van onbevoegden en tweedegraders, zet Dresscher er ook niet bij. Sterker nog, over dat hele Entreerecht zwijgt Dresscher als het graf.

Wat voor kijkje geeft AOB-voorzitter Dresscher hier achter de schermen van de CAO-onderhandelingen? En meer in het algemeen van hoe de AOB de belangen van de beroepsgroep van leraren behartigt?

Ik kan moeilijk anders concluderen dan dat die belangenbehartiging in hoofdzaak een wassen neus is. Een kwart eeuw loononderhandelingen na het HOS-akkoord heeft bijvoorbeeld voor academisch opgeleide leraren vooral teleurstelling en frustratie opgeleverd; vandaar dat Nederland er ook steeds minder heeft.

Met routineuze een-tweetjes pingelen OCW en de werkgevers de vakbonden jaar in, jaar uit voorbij. De AOB stelt zich op als een machteloze omstander (zich op de borst kloppend met 81.000 leden en dan machteloos?) die zich ‘helaas’ alle verslechteringen moet laten welgevallen. Als ik werkgever in het onderwijs was, zou ik dolblij zijn met de huidige bestuurders van AOB & CNV en hun ‘begrijpende’ houding. Ik zou er mijn uiterste best voor doen dat deze mensen in het zadel blijven. Zou de heer Dresscher het daarom al bijna 30 jaar volhouden? De verslaving van het succes kan het toch niet zijn.

Het is nogal curieus. Zelfs in een tijd dat het tekort aan geschoolde leraren gigantisch is, lukt het de werkgevers om onze arbeidsvoorwaarden en rechtspositie nog verder uit te kleden. Wanneer vindt de AOB het dan wél tijd om een vuist te maken, mag je je afvragen. De werkgevers weten dat ze het pleit ook deze keer zullen winnen van de begrijpende zielen van de AOB. Zou Dresscher zelf ook in schaal LB en op de nullijn zitten, vraag ik mij ineens af?

Na een dertigjarige carrière als vakbondsbestuurder (eerst NGL, toen AOB) heeft Walter Dresscher bijzonder weinig om trots op te zijn:
– de leraren die hij vertegenwoordigt hebben inmiddels een loonachterstand van minstens 11% (tweedegraders en PO-leraren) tot 25% (eerstegraders) (cijfers BiZa 2005);
– leraren in Nederland hebben het hoogste aantal lesuren van Europa, de grootste klassen, de minste tijd voor leerlingbegeleiding, en de kortste vakanties;
– leerlingen in Nederland hebben de laagst opgeleide leraren van Europa, met name waar het de nieuwe instroom betreft;
– in geen ander Europees land krijgen leerlingen op havo-vwo-niveau van zo weinig universitair opgeleide leraren les;
– het lerarentekort is gigantisch en wordt alleen gemaskeerd doordat OCW overal onbevoegden voor de klas laat zetten, wat niet alleen de beroepseer maar zeker ook de onderhandelingspositie van echte leraren enorm verzwakt;
– bij een derde van alle lessen in het VO heeft de persoon voor de klas geen of onvoldoende opleiding; ook de AOB gedoogt dit en geeft slechts wat ritueel gesputter af;
– de bestrijding van het lerarentekort leverde in twaalf jaar tijd niets op en de AOB laat het maar aan de anderen over om dit probleem met de eigen beroepsgroep op te lossen;
– schoolbestuurders en schoolleiders bouwen zich van belastinggeld een enorme lobby met vorstelijke onderkomens en dito salarissen (de sectorraden) terwijl de belangenbehartiging van leraren blijft steken in amateurisme en krachteloos gemor;
– als de AOB-leden met dit CAO-voorstel akkoord instemmen, blijkt daaruit dat in deze sector werkelijk elke beroepseer en assertiviteit de nek is omgedraaid; en dat dan door de eigen vakbonden.

Onze AOB-voorzitter vertegenwoordigt de beroepssector van leraren, maar schuift medeverantwoordelijkheid voor de ontstane problemen in deze beroepsgroep af. Dan is het opeens allemaal de schuld van ministers en parlement. Alsof leraren met de handen in de broekzakken moeten staan toekijken! Daar moet je bij medici en juristen eens om komen. Laten die zich soms ‘invoelend’ piepelen door hun minister?

Dan de brandende kwestie die Dresscher hier verzwijgt: stemde hij als NGL-voorzitter in de jaren tachtig al in met de HOS-nota die academici een kwart (!) van hun salaris kostte en hen het onderwijs uit joeg, anno 2011 presteert hij het opnieuw om de eerstegraads leraren te verraden. De AOB blijkt nu akkoord met het de facto afschaffen van het Entreerecht, dat eerstegraders die in de bovenbouw havo-vwo lesgeven en daar zo hard nodig zijn, recht geeft op een marktconform salaris. Te weten hetzelfde salaris waarvan OCW al 25 jaar lang glashard liegt dat deze leraren het krijgen (OECD, Education at a Glance). De AOB maakt van dat recht voor leraren weer een gunst van de schoolleiders, die zelf mogen weten hoeveel leraren en wie ze voor meer dan 50% in de bovenbouw laten lesgeven. Daarmee laat de AOB met name de jongere eerstegraders weer barsten, en staat wederom toe dat schoolleiders aan de bal blijven, leraren geen vanzelfsprekende rechten hebben en fijn tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. De AOB noemt het een ‘aanpassing’ van het Entreerecht, maar spreken we ook van een ‘aanpassing’ als je in een ballon een gaatje prikt? Zeg dan maar dag met je handje tegen de ballon.

Lagere salarissen, meer werkdagen, verlies van rechten die in het Actieplan waren overeengekomen, werkgevers die lachend de prioriteiten elders leggen dan bij goede leraren, een lerarentekort dat voortwoekert, bagatelliseren van zuurverdiende diploma’s, ondermijning van beroepskwalificaties en onderhandelingspositie, zich verschuilen achter twee ministers: Dresschers AOB biedt hier een allertreurigste vertoning.

Dat leraren en hun vakbonden dit allemaal aan zich laten gebeuren op een moment dat er een enorme schaarste heerst, is een duidelijk symptoom dat de sector ziek, doodziek is. Laat een betere dokter aantreden. En de patiënt verdient een betere belangenbehartiger dan de AOB van Walter Dresscher.

This entry was posted in Uncategorized and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s