
Een half jaar na het aantreden van Rutte-II gaven de tot op heden nogal kleurloze minister Bussemaker van Onderwijs (PvdA) en dito staatssecretaris Dekker (VVD) een interview aan de kwaliteitskrant Nu.nl. Daarin gaven zij hun visie op het te voeren lerarenbeleid. Hoe blij leraren zullen zijn met het kleur bekennen van onze bewindslieden, valt te bezien. Het interview is hier te lezen:
http://www.nu.nl/politiek/3370914/bussemaker-wil-cultuur–verandering-leraren.html
Lood om oud ijzer?
Nu ben ik vanouds geen PvdA-er. Maar ik was het VVD-CDA-kabinet (met stopverfvulling) zo zat, dat ik me in het stemhokje weer heb laten verleiden tot een stem op de grootste oppositiepartij.
Onderwijs speelt een grote rol in mijn verder bescheiden politieke afwegingen. Ik heb de PvdA herhaaldelijk verdedigd tegen infame aanvallen op hun vermeende hoofdverantwoordelijkheid voor het Nederlandse onderwijsbeleid, aangezien CDA en VVD véél en veel langer regeringsverantwoordelijkheid hebben gedragen voor onderwijs, véél meer bewindslieden hebben geleverd, en dus aan de basis staan van véél meer onderwijsdebâcles zoals basisvorming, studiehuis, competentiegericht leren, wet-BIO, lerarentekort, maatschappelijke stage, lumpsummisbruik en noem maar op. Bovendien zijn de onderwijsvernieuwingen die de PvdA-er Ritzen invoerde, altijd gesteund door CDA en/of VVD. Zo zijn de feiten.
Helaas bleek PvdA-minister Plasterk niet de ijzersterke onderwijsminister op wie sommigen hoopten, maar hij deed tenminste een paar goede dingen. Onder zijn verantwoordelijkheid trad de kritische commissie-Dijsselbloem aan. Bovendien liet hij scholen publiek maken hoe veel (lees: hoe weinig) er bevoegd werd lesgegeven (de eerste beleidsmaatregel van CDA-minister Van Bijsterveldt was om dat ongedaan te maken, want het stond zo sneu voor ‘haar’ schoolbesturen, die ook nog eens de verkeerde cijfers aanleverden). Ook zorgde hij voor de functiemix en het entreerecht, die naast talrijke managers, middenmanagers, clustermanagers, afdelingsleiders en jaarlaagcoördinatoren nu ook leraren het recht gaf op een hogere salarisschaal puur omdat ze goed lesgaven, en maakte zo het leraarschap weer wat aantrekkelijker. Helaas zwakte Plasterk zijn eigen regelingen af door hun succes afhankelijk te maken van de goedgunstigheid van schoolbesturen, zonder straffe sancties. Dat is de goden verzoeken, en ja hoor: intussen zien we zowel functiemix als entreerecht sneuvelen. Dom dom dom.
Na een paar jaar CDA-Marja (welbekend van de 1040 uur en de maatschappelijke stage) heeft het onderwijs nu weer een PvdA-minister van Onderwijs. Met de verkiezingsretoriek zit het bij de PvdA vanouds wel snor, maar ik denk er verstandig aan te doen te letten op de ministeriële daden. Met welk lerarenbeleid kondigt Jet Bussemaker aan in het Nu.nl-interview Beter Onderwijs in Nederland te maken?
Hoe Bussemaker denkt over leraren
Ten eerste wil ze Nederland laten weten hoe het zit met de cultuur onder leraren: “DIE IS NU VAAK: DIT IS MIJN LES EN DAAR ZET IK EEN HEK OMHEEN EN IK HOUD DE DEUR VAN MIJN KLASLOKAAL DICHT“. Ergo: een minister die de borreltafel napraat. Die een karikatuur oproept. Leraren die geen enkele inmenging dulden zijn een bescheiden minderheid. Bovendien is er, sorry hoor beste onderwijsvernieuwers, geen enkel bewijs dat inmengingweigerende leraren slechtere leerresultaten boeken dan leraren van wie de klaslokaaldeur altijd openstaat. Hoe graag u dat ook zou willen. Of hoezeer u daar misschien in gelooft. Ook het OCW van Jet Bussemaker houdt kennelijk graag een karikatuur over leraren in stand. Dat had ik in het stemhokje niet bevroed. Ik heb nu al spijt.
Bussemaker heeft zorgen: “Van alle leraren die aan een lerarenopleiding beginnen staat na vijf jaar slechts een kwart uiteindelijk voor de klas“. Dat is inderdaad zorgelijk. Maar wat is de probleemanalyse? Wat ziet de minister als oorzaken? “Jonge leraren gaan aan de slag zonder begeleiding en dat is doodzonde. In andere landen begeleiden oudere leraren beginnende leraren. Dat zijn ‘best practices‘”. Hoe komt het dat een onderwijsminister niet weet dat ook in Nederland jonge leraren in opleiding steevast worden begeleid door ervaren leraren? Hoe komt het dat onze minister niet weet dat schoolbesturen allang een sloot geld krijgen – dubbel zo groot als 15 jaar geleden -om die begeleiding van te betalen? Dat die besturen dat in X gevallen doen, en het in Y gevallen verwijtbaar nalaten?
Hoe komt het dat een minister niet lijkt te weten dat schoolbesturen vele duizenden onbevoegde ‘leraren’ zonder opleiding voor de klas zetten, omdat de uren opgevuld moeten worden? En dat de scholen daarvoor dus geen opleidingsgeld ontvangen, zodat de brave nieuwe instromers ook geen begeleiding ontvangen – louter door de keuze van de school deze onbevoegden *niet* in opleiding te brengen? Tegen alle afspraken in?
Hoe komt het dat deze academisch opgeleide minister voorbijgaat aan alternatieve verklaringen voor de hoge uitval van studenten en uitstromers tijdens en na de lerarenopleiding? Zoals een hoge werkdruk, in tijd en energie, een tegenvallend niveau, weinig waardering vanuit de samenleving en vanuit de salarisadministratie? Of zoals een te zwakke instroom vanuit mbo en zwak havo, zodat de studenten de opleiding niet bolwerken? Wat zegt het over het beroep, als het teveel zwakke instromers aantrekt? De minister doet er het zwijgen toe.
Twee paarse handen op een buik
Minister Jet Bussemaker had ook haar rechterhand meegenomen naar het blijkbaar goed geregisseerde interview. Staatssecretaris Dekker: “Vroeger was het zo: je doet de pabo, je haalt je papiertje, je gaat aan de slag. Te vaak zonder enige vorm van begeleiding.” Waarom vent deze bewindspersoon deze nonsens uit? De pabo of een hbo- of wo-lerarenopleiding doen “zonder enige vorm van begeleiding” is onthutsende onzin. Leraren-in-opleiding krijgen een fatsoenlijke begeleiding op de werkplek. En op meer scholen dan ooit functioneren interne begeleiders of zelfs begeleidingsteams voor nieuwkomers op school en/of in het onderwijs.
Ofwel onze bewindslieden zijn niet op de hoogte, ofwel ze schetsen bewust een onjuist beeld om hun beleid te legitimeren. Wat is er erger?
Willen Dekker en Bussemaker dat jonge leraren ook ná hun opleiding nog begeleiding krijgen, dan moeten ze dat financieren, of de scholen dwingen die begeleiding te financieren uit de lumpsum. Dat kan gemakkelijk. Maar niet schone handen houden door nul eisen te stellen aan de schoolbesturen, vervolgens op te merken dat de besturen die niet-gestelde eisen niet nakomen, en dan leraren de zwarte piet toespelen.
Liever dan op haar ex-collega’s, de bestuurders, richt Bussemaker haar pijlen op de Nederlandse leraren, over wie ze niet tevreden is: “De lat voor de kwaliteit van leraren moet in zijn algemeenheid omhoog. 1 op de 7 leraren in het VO beschikt niet over voldoende basisvaardigheden. Dus veel leerlingen krijgen niet het onderwijs dat ze moeten krijgen“. Wel, Ton Elias dacht aan 1 op 3. De Inspectie aan 1 op 10. Bussemaker aan 1 op 7. Het is allemaal natte-vingerwerk. Zowel de norm waaraan leraren worden afgemeten, als de kwantitatieve bespiegelingen. Dus 15 van mijn 100 collega’s ‘beheersen hun basisvaardigheden niet’? Waarom geen 3, of 30? Op welke titel stelt Bussemaker hen in gebreke? En wat doen we aan de 1 op 7 tekortschietende Kamerleden, agenten, artsen, notarissen, advocaten, rechters, journalisten, brandweerlieden, gemeenteambtenaren? Ehm… onderwijsbestuurders? Waarom steeds die stemmingmakerij tegen leraren?
Ik denk eerlijk gezegd dat desgevraagd 100 van mijn 100 collega’s vinden dat ze tekortschieten. Dat ze meer verstand zouden moeten hebben van hun vak of van de didactiek of van dyslexie of van ICT of van leerlingbegeleiding of van passend onderwijs of van toetsing of van wat dan ook. Daar zijn we zelf kritisch genoeg voor, en we hebben geen minister nodig om ons te vertellen dat er zogenaamd 1 op de 7 collega’s tekortschiet. Ook weten we wat daar de oorzaak van is: OCW dwingt ons 50% productiever te zijn dan leraren elders in de EU: volgens de OESO heeft Nederland extreem grote klassen en een extreem hoge lestaak. Maar daar hoor je Jet niet over. Wat een treurige misser. Wat een miezerige analyse. En wat een stemmingmakerij. Populisme zou ik zeggen, als het woord niet zo besmeurd zou zijn geraakt.
Stromannen en poseurs
Bussemaker: “Ik hoor van veel leraren dat ze willen dat goede leraren masterclasses geven, zodat leraren onderling veel meer van elkaar leren.” Hier toont de bestuurder Bussemaker haar ware inborst. Ze schuift leraren haar eigen beleidsdoelen in de schoenen, alsof die haar beleid legitimeren. Ze droomt van masterclassesgevende excellente leraren, die de rest van het team komen vertellen hoe het moet. Een naïef, onbewezen innovatiemodel, dat ook ten grondslag ligt aan de OCW-idée-fixe van de ‘excellente collega’ die een dag per week wordt vrijgesteld om als motor van de sectie te fungeren. Gezellige, vrijblijvende ideeën die in OCW-kringen rondzingen worden kennelijk niet snel verlaten.
Voordeel voor de schoolleider is natuurlijk dat die kan bepalen wie van zijn leraren hij ‘excellent’ genoeg vindt om diens innovatieve ideeën op de collega’s los te laten – geheel in lijn met de onderwijskundige doctrines die het schoolbestuur aanhangt. In het onderwijs al gauw: de waan van de dag. Vorig jaar nog een masterclass ‘hart-brein-leren’, maar daar geloven we niet meer in. Dus dit jaar een workshop ‘Facebook als tool voor thinking skills’, volgend jaar ’CITO-gericht onderwijzen’ en daarna weer een andere toonaangevende hype. Kijk eens wat een dynamische en moderne school wij hebben! En Bussemaker weet zeker dat leraren dit graag willen – ze heeft het hen zelf gevraagd.
Ook staatssecretaris Dekker beheerst het retorische trucje inmiddels: de eigen beleidsagenda uit de mond van zogenaamd sprekende leraren laten komen. “Ik haal het uit gesprekken die ik voer met leraren, dat ze het geld niet zo belangrijk vinden“. “Ik hoor dat er een grote behoefte bestaat bij leraren om veel te doen aan hun professionaliteit“. “Ik spreek met heel veel enthousiaste leraren, en die willen veel liever zich ontwikkelen dan dat het ze gaat om loonsverhoging“.
Over naar Bussemaker. “Toen ik 17 was wilde ik ook geen leraar worden, maar toen ik later afgestudeerd was ontdekte ik pas hoe leuk het is om voor de klas mijn kennis op anderen over te brengen. Het is echt het mooiste beroep dat er is.” Ik hoor de haan tweemaal kraaien. Ten eerste heeft Bussemaker geen moment ‘voor de klas gestaan’. Ze heeft een academische en bestuurlijke carrière, en dat was het. Het zou me verbazen als Bussemaker überhaupt een stage in het voortgezet onderwijs heeft volbracht. Bovendien doet ze net alsof ze uit ervaring spreekt als ze het leraarschap “echt het mooiste beroep dat er is” noemt. Ik vind dit onversneden Charles Schwietert-materiaal. Google daar maar eens op.
En laten we voortaan iedere bestuurder die het leraarschap vroom ‘het mooiste beroep ter wereld‘ noemt de vraag stellen waarom hij dat beroep dan niet uitoefent. Kennelijk zitten er toch ook nadelen aan, die de managersjob, het bestuursambt en het beleidsadviseurschap ontberen; en die kennelijk de doorslag gaven toen bij de bestuurder puntje bij paaltje kwam.
Het kan, omdat het moet
Op de vraag hoe leraren hun drukke werk moeten rijmen met extra scholingsverplichtingen, antwoordt staatssecretaris Dekker: “We willen een lerarenregister invoeren, waarbij leraren hun competenties kunnen bijhouden. Blijven ze in bepaalde competenties achter, dan moeten ze zich gaan bijscholen.” Kortom, leraren kunnen aan de eisen voldoen door aan de eisen te voldoen. Want dat kunnen notarissen ook. Die eisen hoeven verder niet te worden gelegitimeerd, die zijn er nu eenmaal, daar hoeven kritische, onderzoeksminded leraren verder geen vragen bij te stellen. Aldus de staatssecretaris, die hier uit zijn duim zuigt dat ‘we’ een register willen. Maar het lerarenregister is niet van OCW, is ook geen initiatief van OCW, maar van de vakverenigingen van leraren zelf. OCW wil het kapen en als middel gebruiken om leraren weer eens publiekelijk in gebreke te stellen. Echt, daar helpt geen “Word leraar”-spotje tegen.
Evidence-based als het zo uitkomt
Waarom wil Bussemaker dit allemaal zo regelen? “Ik hecht aan maatregelen en onderzoeken die aantoonbaar resultaten opleveren“. Nou, dat lijkt me prachtig. Evidence-based, ja ja. En wat zijn die bewezen maatregelen dan wel? “We zien dat studenten steeds minder tevreden zijn over de lerarenopleidingen en ook universiteiten zien een terugloop van studenten die kiezen voor het lerarenvak. Dat is wel iets waar wij als politiek over gaan.“
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik lees hier geen bewezen maatregelen in. Dat studenten ‘steeds minder tevreden zijn’, wil ik wel eens ‘aantoonbaar’ gemaakt zien. En dat de instroom bij universiteiten opdroogt, lijkt me iets dat voor bredere uitleg vatbaar is dan de kwaliteit van de opleiding. Zo droogde de instroom op de universiteit direct op zodra OCW academici een ongekende salariskorting van 25% opgelegde. Tot op de dag van vandaag weigert OCW te erkennen dat dit gevolgen had, terwijl de evidence voor het oprapen ligt. Nee, het ligt aan de opleidingen, nou goed?
Die opleidingen flexibiliseren zich al 15 jaar het schompes om de studenten te gerieven die hun opleiding combineren met een stevige betaalde baan ergens in het onderwijs, waarmee ze de door het lerarentekort ontstane nood lenigen. Deze uit impopulariteit van het lerarenberoep ontstane situatie komt niet voor rekening van de opleidingen, noch van de studenten, maar van de vele bewindslieden die het leraarschap decennialang verwaarloosden. Intussen komt alle maatschappelijke shit op het bordje van de leraar, die zwaar belast wordt met lessen en klassen; nauwelijks maatschappelijke waardering geniet; en zijn inkomen tijdens de hoogconjunctuur zag achterblijven terwijl hij nu bij de laagconjunctuur onmiddellijk de pineut is met meer dan vier jaar nullijn. Klaag, klaag, sorry hoor. Als u ‘t niet horen wilt, doet u maar de vingers in de oren.
Bussemaker vervolgt: “En daarbij, ik geef scholen veel ruimte, ga bijvoorbeeld niet voorschrijven hoeveel uur scholen moeten besteden aan het verbeteren van de professionaliteit.” De minister zegt A en doet B. Ze wil bewezen maatregelen en ze neemt onbewezen maatregelen. Ze wil eisen stellen, maar wil geen eisen stellen. Ze wil dat leraren professionaliseren, maar zorgt niet dat scholen de voorwaarden scheppen voor die professionalisering.
Maar ja, Jet is een ex-schoolbestuurder; en zal ongetwijfeld bevorderen dat schoolbesturen hun sinds 1997 verdubbelde lumpsum met nóg meer ruimte en nóg minder overheidsbemoeienis kunnen stukslaan. Want dan komt het vanzelf goed, nietwaar? (Amarantis, Zadkine, BOOR, InHolland, noem maar op.) Intussen worden leraren opgescheept met mínder ruimte en méér overheidsbemoeienis.
Liberaal als het zo uitkomt
Staatssecretaris Dekker valt haar bij: “De neuzen moeten dezelfde kant op“, waarmee onze grote liberaal kennelijk bedoelt dat de staat één aanpak voor alle leraren en scholen verplicht stelt. Dekker legt niet uit wier neuzen hij precies welke kant op wil duwen, maar het klinkt best dapper. “Nederland moet vooruit en daarom richt het kabinet de pijlen op onderwijs. Nederland moet worden klaargestoomd om voor de toekomst sterk te worden. Leraren zijn dan enorm belangrijk. We moeten hen daar ook de waardering voor geven.” Aha, Dekker heeft het gemunt op lerarenneuzen. Zonder enige deugdelijke probleemanalyse ‘weet’ Sander dat die zich moeten scholen, zonder dat hij hun werkgever wil voorschrijven dat die zijn werknemers moet laten scholen. Sander Dekker de goochelaar met een fijne neus voor bestuurlijke vrijheid.
We zijn natuurlijk erg blij met de waardering die Dekker leraren wil geven. Ik ben erg benieuwd waaruit die waardering nog meer bestaat, behalve uit vier tot zes jaar nullijn, anderhalve week langer & gratis lesgeven, grotere klassen, afschaffing van de BAPO, opheffen entreerecht en functiemix, en verplichte registratie. Zou een bloemetje op de Dag van de Leraar echt helpen? Denken liberalen dat we bankdirecteuren moeten lokken met geld, en leraren met spiegeltjes en kraaltjes?
Bewindslieden die het maximale uit zichzelf halen?
In deze tijd van bezuinigingen naast de mooie beloftes moeten bewindslieden ook leren dealen met schizofrenie. Zo vindt Dekker “investeringen in onderwijs van vitaal belang voor Nederland en de positie in de wereld“. Maar juich vooral niet te vroeg, want volgens diezelfde Dekker “moet het niet gaan over hoeveel geld je er in stopt” en moet onderwijs net als in andere sectoren de bezuinigingen verduren: “het moet gaan over wat je er uit haalt; andere landen doen het beter met hetzelfde geld“. Jammer, geen investeringen dus – of ze moeten eerst uit de zakken van de leraren zelf worden geklopt. De een z’n nullijn is de ander z’n LC, of zoiets.
Nog een hart onder de riem van onderwijsgevend Nederland: “Nederland scoort minder als je kijkt naar leraren die het beter zouden kunnen doen“. Dekker wil graag dat leraren “het maximale uit zichzelf halen om leerlingen uit te kunnen dagen“. Nooit hoor ik de staatssecretaris van Justitie zeggen dat agenten “het maximale uit zichzelf moeten halen om criminelen uit te dagen” of dat “rechters het maximale uit zichzelf moeten halen om verdachten uit te dagen” of bij VWS dat “artsen het maximale uit zichzelf moeten halen om patiënten uit te dagen” of dat “Kamerleden het maximale uit zichzelf moeten halen om de staatssecretaris uit te dagen”. De voorkeursbehandeling geldt alleen leraren, die kennelijk nu het minimale uit zichzelf halen of iets in die trant. De staatssecretaris brengt dat beeld graag in de media, anders dan de cijfers over onbevoegd lesgeven waarvoor hij verantwoordelijk is.
Die asociale BAPO
Het Grote Stemmingmaken vangt pas goed aan als de bewindslieden wordt gevraagd naar de BAPO. Deze regeling zorgt er voor dat ook oudere leraren gezond de eindstreep kunnen halen – lesgeven wordt ontegenzeggelijk zwaarder voor mensen tussen 55 en 67. Maar dit moet worden geframet als asociale regeling, anders kunnen Dekker en Bussemaker hem niet afschaffen. “De regeling is niet meer van deze tijd. Het is raar om geld te steken in leraren die thuis zitten“. Pardon? Het gaat helemaal niet om thuiszittende leraren, het gaat om leraren die *keihard werken* om nog op hun zestigste dagelijks hokken met 30 pubers van enig onderwijs te voorzien, daarbij ongaarne voortijdig affakkelen, en daar zelf nota bene geld in steken.
Ook het geframede belangenconflict tussen oudere en jongere leerlingen deugt niet. Elke jongere docent wordt vanzelf ouder, en wil dan graag in aanmerking komen voor een bescheiden – en deels door hemzelf betaalde – reductie in de lestaak. Net zoals in andere zware beroepen regelingen bestaan voor oudere werknemers. Die regelingen bevoordelen uiteindelijk alle werknemers, niet alleen de oudere. Het is infaam en puur misleidend om de ouderenregeling tot oorzaak te bombarderen van bestuurlijke nalatigheid t.a.v. jongere werknemers. Laat staan daar op een “Leraren met Lef”-conferentie stemming over te maken onder het publiek. Als ik dat toch eens in het stemhokje geweten had.
“Terwijl we zien dat beginnend leraren een ervaren coach nodig hebben“. Dat hale je de koekoek. Vijftien jaar lang doet OCW geen biet om scholen te bewegen hun beginnende leraren te begeleiden – behalve sloten belastinggeld schuiven naar de schoolbesturen en de andere kant op kijken. En als nu blijkt – wonder boven wonder – dat schoolbesturen die fijne miljarden liever aan andere leuke dingen besteden, aan misplaatste nieuwbouw bijvoorbeeld, dan mogen de oudere leraren die nalatigheid goedmaken door verplichte roofbouw op zichzelf? En straks krijgen jonge leraren niet de beste coach van de school maar de oudste coach? Kan iemand deze bewindspersoon – en tegelijk het onderwijs – tegen hemzelf in bescherming nemen? Dekker reutelt nog een platitude: “Moderne arbeidsvoorwaarden geven ruimte voor beter onderwijs“. Zou hij op school geleerd hebben hoe je ‘gotspe’ spelt?
De beleidsrichting: in leraren knijpen, en kijken wat er uit komt
Bussemaker rekent er vast op dat het in gebreke stellen van leraren, en dan die leraren dwingen haar op niets gebaseerde gebreken te repareren, zal bijdragen aan de verhoging van de status van het beroep. Zodat “er weer meer mensen met leraren willen trouwen”. Nee echt. Ongelogen. Het zou lachwekkend zijn, als het niet zo treurig was.
Wat heeft het onderwijs toch misdaan, dat het steevast wordt opgescheept met zulke bewindslieden? Wanneer begint Nederland nu eens zijn eigen onderwijs, zijn eigen scholen, zijn eigen leraren, dus de toekomst van zijn eigen kinderen serieus te nemen?
Come that day, O Lord.